|















| |
De Esmeralda
Het Chileense opleidingsschip van de dood en de marteling
Germán F. Westphal
Translation: Pablo Eppelin
Dertig jaar geleden, op 11 september 1973, wierp generaal Augusto Pinochet met
een bloedige staatsgreep de grondwettelijke regering van Dr. Salvador Allende
omver. Tijdens zijn 17-jarige dictatuur onderwierp Pinochet Chili aan het gezag
van het staatsterrorisme, de meest laaghartige vorm van terrorisme omdat het
zich beroept op het gezag van de staat. Volgens officiële gegevens werden er in
deze periode 3197 personen door Chileense staatsagenten op gewelddadige wijze om
het leven gebracht. Onder deze personen waren 49 kinderen tussen de 2 en de 16
jaar oud -waaronder een 13-jarige met 11 kogelgaten in het lijf en 9 in de
schedel-, 126 vrouwen - waarvan enkele zwanger - en zo'n vijftig buitenlanders.
Direct na 11 september 1973 werd de Esmeralda in de haven van Valparaíso door de
Chileense marine als detentie- en martelcentrum gebruikt. Dit werd onomstotelijk
vastgesteld door de Interamerikaanse Mensenrechtencommissie van de OEA (rapport
24/okt./74), Amnesty International (rapport AMR 22/32/80), de Noordamerikaanse
senaat (resolutie 361-16/juni/86) en het rapport van de (Chileense) Nationale
Waarheids- en Verzoeningscommissie (derde deel, hoofdstuk I, sectie 2 f.2.).
De getuigenissen waaruit blijkt dat de Esmeralda daadwerkelijk werd gebruikt als
drijvende martelkamer, zijn veelvuldig en eensluidend. Van de getuigenissen die
werden afgelegd onderscheiden zich die van de Chileense advocaat Luis Vega, die
in ballingschap in Israel is gestorven (2001); die van Claudio Correa, voormalig
ambtenaar van het Nationale Ontwikkelingsinstituut van Landbouw en Veeteelt, die
momenteel in Engeland woont; en die van de universitair docent en
ex-burgemeester van Valparaíso, Sergio Vuscovic, die in Chili woont, op.
Volgens het rapport van de Nationale Waarheids- en Verzoeningscommissie "heeft
de Commissie in het geval van het opleidingsschip Esmeralda na onderzoek kunnen
vaststellen dat een gespecialiseerde eenheid van de marine zich in het schip
installeerde met het doel de arrestanten die zich op het schip bevonden en
gevangenen uit andere detentiecentra van de marine te ondervragen.Bij deze
ondervragingen was er over het algemeen sprake van martelingen en mishandeling.
De 'specialisatie' van de genoemde eenheid behoeft geen verdere uitleg. Volgens
hetzelfde rapport maakten de vrachtschepen Maipo en Lebu deel uit van de
detentiecentra van de marine.
Hoewel het aantal arrestanten aan boord van de Esmeralda volgens de
getuigenissen varieerde aangezien ze van het ene schip naar het andere werden
overgeplaatst zolang ze ondervraagd werden, ging het volgens de Noordamerikaanse
senaat (1986) om 112 gevangenen. Volgens het beschikbare bewijsmateriaal zaten
er op een zeker moment zo'n 40 vrouwen gevangen, die aan allerlei soorten
mishandelingen, martelingen, kwellingen en verkrachtingen werden onderworpen.
Onder de gevangenen moet vooral de aanwezigheid van de Chileens-Britse
katholieke priester Miguel R. Woodward vermeld worden. Deze stierf als gevolg
van de martelingen nadat hij op 22 september 1973 op aanraden van een arts van
de marine naar het Marinehospitaal van Valparaíso was overgebracht. De
Katholieke Kerk eiste het lichaam van de priester op. Het werd haar echter nooit
overhandigd; in plaats daarvan werd het begraven in een massagraf waarover later
een weg werd aangelegd. Het geval van priester Woodward is afdoende gestaafd
door de onderzoeken van de rechter Baltasar Garzón van het Spaanse
Hooggerechtshof (gerechtelijk vooronderzoek 19/97-J), aangespannen tegen Augusto
Pinochet en anderen inzake genocide en internationaal terrorisme door middel van
een veelvoud aan moorden, samenzweringen met moord tot doel, ontvoeringen,
martelingen en verdwijningen (Processtuk van 03/nov./98, Antecedent tien).
De arrestatie van de priester Woodward werd voor het eerst genoemd in september
1973 in de plaatselijke krant La Estrella van Valparaíso, terwijl de gehele pers
en overige media, waaronder ook La Estrella, onder strikte controle en militaire
censuur stonden.
De condor die het boegbeeld van de Esmeralda vormt is niet alleen één van de
symbolen van de Chileense defensie, maar brengt ook het sinistere Plan Condor in
herinnering dat door Augusto Pinochet en zijn aanhangers werd bedacht en
uitgevoerd om het militaire terrorisme in het zuidelijke deel van Zuid-Amerika
te coördineren, en waarmee de criminele acties van het Pinochet-bewind naar alle
landen in de regio werden uitgebreid en zelfs daarbuiten. Het Plan Condor stelde
de militaire inlichtingendiensten in de zuidkegel in staat om de moord uit te
voeren op de ex-commandant en opperbevelhebber van het leger Carlos Prats en
zijn vrouw in Buenos Aires; net als de moord op de voormalige Chileense Minister
van Buitenlandse Zaken Orlando Letelier in Washington; en de aanslag op het
leven van de voormalige vice-president van de Chileense Republiek Bernardo
Leighton en zijn vrouw in Rome. Volgens preliminair bewijsmateriaal werd het
Plan Condor ook operationeel op Braziliaans grondgebied en speelde
waarschijnlijk een rol bij de dood van de voormalige president Jão Goulart.
De Esmeralda is zeker niet alleen het schip van de dood en de martelingen, zoals
uitgebreid is aangetoond, maar ook - met de bloeddorstige vogel die zij op haar
boeg draagt - het symbool van de meest sinistere criminele handelingen die ooit
hebben plaatsgevonden in de broederlanden in het zuiden van Zuid-Amerika. Het
schip, dat een jaarlijks bezoek aflegt aan verschillende havens in de wereld,
kan niet welkom zijn zolang de leden van de Chileense marine niet hun morele
lafheid opzij zetten, het misdadige gebruik van het schip erkennen en
vergiffenis vragen voor de slachtoffers die aan boord werden gemarteld.
|